|
VLAAMS BELANG Ieper |
Deze pagina werd geprint op: 8/9/2010 (12:48)
Ring Diksmuide en A 19 in Commissie Vl. Parlement
Vraag om uitleg van de heer Stefaan Sintobin tot de
heer Dirk Van Mechelen, viceminister-president
van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van
Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
over de onenigheid binnen de Vlaamse Regering
over het realiseren van het akkoord over de A19
De voorzitter: De heer Sintobin heeft het woord.
De heer Stefaan Sintobin: Mijnheer de voorzitter, hoe
zouden we deze lange commissievergadering beter
Commissievergadering C6 – LEE1 – 2 oktober 2008 -22-
kunnen afsluiten dan met een West-Vlaams dossier? Het
is waarschijnlijk de reden van de aanwezigheid van de
vele West-Vlamingen – Carl Decaluwe is op reis.
Mijnheer de voorzitter, de collega’s die mijn vraag hebben
gelezen, zullen gemerkt hebben dat het twee dossiers
bevat. Door politiek gekrakeel in West-Vlaanderen
worden die twee dossiers aan elkaar gelinkt. Sommigen
zouden kunnen denken dat het eerste deel van mijn
vraag een louter lokaal dossier betreft, maar ze zullen
wel merken dat het iets dieper gaat.
De aanleiding van mijn vraag is de onenigheid die ontstaan
is naar aanleiding van perikelen over de vergunning
voor de Diksmuidse ring. De doortocht van Diksmuide
is zonder twijfel een van de grootste verkeersknelpunten
in West-Vlaanderen. Al vele decennia speelt
men met het idee van een ring, wat echter niet zo
evident was. Uiteindelijk werd een akkoord bereikt en
onderschreven door het Diksmuidse stadsbestuur en het
provinciebestuur. Dat gebeurde na heel wat advies- en
informatierondes.
Mijnheer de minister, groot was dan ook de verbazing bij
velen, toen u weigerde om het laatste deel van het tracé
goed te keuren. Een beslissing die, volgens sommigen,
genomen werd zonder enig overleg en tegen de adviezen
van uw eigen diensten in. Bij de lokale sp.a en CD&V
werd de ministeriële beslissing als een politieke kaakslag
aangevoeld. Ook de minister van Openbare Werken,
Hilde Crevits, voor wie de aanleg van deze ring een absolute
prioriteit is, zit blijkbaar met deze zaak verveeld. Ik
citeer een regionaal weekblad waarin ze stelt: “Dit duurt
nu al jaren en jaren. Er moeten tegenwoordig zulke lange
procedures doorlopen worden om iets te kunnen realiseren.
Nu we er eindelijk bijna zijn, wordt iets waarover de
politieke wereld het toch eens was, opnieuw in vraag
gesteld. Als we moeten herbeginnen, zal het weer jaren en
jaren duren. Dat kan niet. Ik plan dan ook op heel korte
termijn een ontmoeting met mijn collega Van Mechelen
om een en ander uit te praten”.
Dat het verzet in de stad Diksmuide en in de provincie
West-Vlaanderen heel groot is, wordt bewezen door de
beslissing van de bestendige deputatie om de stad Diksmuide
te ondersteunen, niet alleen logistiek, maar ook
financieel bij het aanstellen van advocaten voor het instellen
van een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring
bij de Raad van State van de gedeeltelijke
goedkeuring van het provinciaal ruimtelijke uitvoeringsplan
(PRUP) ‘Zuidwestelijke omleiding voor Diksmuide’.
Voor de volledigheid van het verslag wil ik nog even de
motivatie van de bestendige deputatie citeren: “De keuze
van het tracé voor de zuidwestelijke omleiding en het
afbakeningsvoorstel voor het kleinstedelijke gebied
Diksmuide zijn in verregaande mate op elkaar afgestemd.
Het niet goedkeuren van een deel van de omleidingsweg,
heeft aldus gevolgen voor het afbakeningsproces en
voor de locatiekeuze en de inplanting van diverse functies
daarbinnen. Zo komt door het niet goedkeuren van
het noordelijke deel van de omleiding, de locatie voor
het gemengde bedrijventerrein, voor de evenementenhal
en de randparking en zo meer, in het gedrang. Ook de
relatie met het landbouwgebied rond de hoeve van het
Koninklijk Technisch Atheneum (KTA) en de visie die
daarop werd ontwikkeld, kan terug in vraag worden
gesteld. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat op korte
termijn met het ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakeningslijn
en de diverse deelplannen voor het kleinstedelijke
gebied Diksmuide kan worden gestart als er geen
zekerheid is over de ontsluiting van het gebied en het
tracé van de omleidingsweg. Dit betekent dat de procedure
voor de afbakening gedurende onbepaalde tijd zal
stilliggen. Het niet kunnen realiseren van het bedrijventerrein,
de randparking en de evenementenhal brengt
voor de stad ernstige gevolgen met zich mee.” Tot hier
de motivatie van de bestendige deputatie om de stad
Diksmuide te ondersteunen.
Waar het me eigenlijk om te doen is, mijnheer de minister,
los van het lokale aspect van de ring van Diksmuide,
zijn de gevolgen die het dossier blijkbaar dankzij
bepaalde partijen, en ik noem zeker sp.a, heeft op
het voltooien van de doortrekking van de A19. Als ik
dezelfde krant mag geloven, zou sp.a alle kanonnen
inzetten om het dossier over de A19 op de helling te
zetten naar aanleiding van het dossier over de ring rond
Diksmuide. Wat het ene met het andere te maken heeft,
is mij niet duidelijk. Blijkbaar gaat het om politieke
spelletjes. In de vier jaar dat ik hier zit, hebben we al
meermaals over de A19, een van de belangrijkste missing
links in West-Vlaanderen, gediscussieerd. Na
decennialange politieke discussies werd in 2005 eindelijk
een overeenkomst bereikt die werd neergeschreven
in een protocol. En blijkbaar zijn sommigen nu bereid
om dat akkoord naar aanleiding van een lokaal dossier
opnieuw op de helling te zetten. Ik veronderstel dat de
doortrekking van de A19 al in een bepaalde fase zit. Ik
wil er dan ook op aandringen dat alles wordt voortgezet
zoals in het akkoord is gesteld.
Mijnheer de minister, kunt u toelichting geven bij uw
beslissing in verband met de Diksmuidse ring? Sommigen
beweren dat u dat tegen alle adviezen in niet
hebt goedgekeurd. Hebt u al overleg gehad met minister
Crevits of met andere ministers, met name die van
sp.a-signatuur? Wordt het protocolakkoord in verband
met de A19 nog door iedereen binnen de Vlaamse
Regering gerespecteerd en wordt alles verder uitgevoerd
zoals gepland?
De voorzitter: Minister Van Mechelen heeft het woord.
Minister Dirk Van Mechelen: Mijnheer de voorzitter,
collega’s, in het kader van het meerderheidsakkoord
-23- Commissievergadering C6 – LEE1 – 2 oktober 2008
van 12 augustus 2005 zijn onder meer afspraken gemaakt
met betrekking tot de wegverbinding Ieper-
Veurne, de primaire weg N38 richting Poperinge en
Noord-Frankrijk, een zuidelijke wegverbinding rond
Poperinge en de aanleg van een ringweg rond Diksmuide.
Dat meerderheidsakkoord is tot stand gekomen naar
aanleiding van het voorbereidend onderzoek met betrekking
tot de wegverbinding Ieper-Veurne, waarvoor de
doortrekking van de A19 een van de varianten is.
Het betreffende onderzoek, dat eind 2003 is gestart,
leidde midden 2005 tot een eindrapport waarin vier
duidelijk van elkaar verschillende modellen tegenover
elkaar werden afgewogen. Het protocol stelde een bijkomende
variant voor – het zogenaamde model 5 – dat
een nieuw aan te leggen weg laat aansluiten op de N38,
met name ter hoogte van de Reningsestraat, een bestaande
landbouwweg op het grondgebied van de stad
Ieper, en voorbij de Steenstraat volgens een te bepalen
tracé aansluit op de N8 ten noorden van Woesten.
In het protocol werd aan de Vlaamse Regering en in het
bijzonder aan de ministers van Openbare Werken en
Ruimtelijke Ordening gevraagd de nodige opdrachten te
geven, procedures op te starten en financiële middelen te
voorzien om de realisatie van de bovenstaande punten
binnen een normaal tijdsbestek, en in elk geval tegen
uiterlijk 2013, mogelijk te maken. Ook het provinciebestuur
werd gevraagd ten volle mee te werken aan de
realisatie van de bovenvermelde opties, aangezien Poperinge
en Diksmuide kleinstedelijke gebieden zijn.
De tekst van het protocol – punt 8, laatste paragraaf –
met betrekking tot Diksmuide luidt als volgt: “De partijen
bevestigen ook hun intentie om de verkeersproblemen
op te lossen middels de realisatie van een ringweg.”
Ik zal nu verder ingaan op de verdere uitvoering van het
protocol en de bijdrage vanuit het gewest en de provincie
hierin, met betrekking tot de zuidwestelijke omleiding
rond Diksmuide. Met betrekking tot uw eerste
vraag over de aanleg van een ringweg rond Diksmuide,
kan ik u meedelen dat het dossier een provinciaal ruimtelijk
uitvoeringsplan betreft dat reeds een hele procedure
heeft doorlopen. De initiatiefnemer was hier dus de
provincie, aangezien het om een secundaire weg gaat.
Naar aanleiding van de plenaire vergadering van 20
september 2006 heeft mijn administratie in haar advies
reeds de vraag gesteld om een duidelijker overzicht te
geven van de redenen waarom de verschillende tracéalternatieven
niet werden weerhouden. Ook heb ik in het
kader van het openbaar onderzoek van dit provinciaal
ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zuidwestelijke omleidingsweg
Diksmuide’, dat liep van 1 augustus 2007 tot en
met 1 oktober 2007, aan de provincie opnieuw de opmerking
gegeven om de afweging van de onderzochte
tracéalternatieven uitvoeriger op te nemen in de toelichtingsnota,
zodat duidelijker blijkt waarom het voorgestelde
tracé als voorkeurtracé naar voren komt.
In het kader van dit openbaar onderzoek werden 44
bezwaarschriften ingediend. Verschillende bezwaarindieners
stellen het voorkeurstracé door Kaaskerke in
vraag vanwege de vrees voor overbelasting van Kaaskerke
door vrachtverkeer en een toenemende onleefbaarheid
van Kaaskerke, de nabijheid van woningen en
industrie en de onveiligheid voor langzaam verkeer. Zij
stelden een alternatief tracé ten zuiden van de spoorweg
naar de Oudekapellestraat voor. Dat tracé wordt
gezien als een meer duurzame oplossing die een ondertunneling
bespaart en niet leidt tot doorgaand verkeer
in Kaaskerke.
Naar aanleiding van de behandeling van de adviezen
en de bezwaren adviseerde de provinciale commissie
ruimtelijke ordening (PROCORO) een gedeeltelijk
alternatief tracé ter hoogte van Kaaskerke, meer specifiek
ten zuiden van de spoorweg. Rekening houdend
met de reeds aangehaalde argumenten uit het openbaar
onderzoek, het advies van de PROCORO en de opmerkingen
die ikzelf reeds had geformuleerd, heb ik op 20
augustus een beslissing genomen over het provinciaal
ruimtelijk uitvoeringsplan voor de zuidwestelijke omleidingsweg
in Diksmuide.
Ik heb daarbij beslist om het noordelijk tracégedeelte
niet op te nemen in de goedkeuring. Dit tracégedeelte
tussen de spoorlijn Diksmuide-Veurne en de Kaaskerkestraat
kan immers bijkomend verkeer veroorzaken
op diezelfde Kaaskerkestraat. Bovendien is door de
ontwikkeling van het bedrijventerrein Kaaskerke II
bijkomend verkeer te verwachten in de Kaaskerkestraat.
Hierdoor kunnen er op termijn problemen van
verkeersveiligheid rijzen, omdat de Kaaskerkestraat
gebruikt wordt door fietsers, en meer specifiek door
schoolgaande jeugd van de omliggende scholen.
In het dossier dat door de provincie werd voorgelegd,
zijn er onvoldoende garanties gegeven dat het voorgestelde
tracé een verkeersveilige oplossing inhoudt van
het verkeersprobleem en dat de leefbaarheid van Kaaskerke
behouden blijft. Dat is overigens wat als duidelijke
ontwikkelingsdoelstelling voor secundaire wegen
wordt vooropgesteld vanuit het Ruimtelijk Structuurplan
Vlaanderen.
Los van de beslissing die er op 20 augustus 2008 is
getroffen, wil ik toch even het volgende punt onder de
aandacht brengen. Een ringweg, zeker in de versie die
is voorgesteld en vermoedelijk in iets mindere mate in
de alternatieve tracés, kan ook belangrijke effecten
hebben op het onroerende erfgoed, dat daar manifest
aanwezig is. Er is geen vooronderzoek waardoor bij
een eventuele vindplaats een preventieve opgraving zal
moeten plaatsvinden. Wie nagaat waar de loopgraven
Commissievergadering C6 – LEE1 – 2 oktober 2008 -24-
zich bevonden in de Eerste Wereldoorlog, weet dat er
hier bijzonder grote risico’s aan verbonden zijn.
Op maandag 15 september 2008 heb ik hierover uitvoerig
van gedachten gewisseld met minister Crevits. Het is de
intentie om het protocol van 12 augustus 2005 volledig en
integraal uit te voeren, en dit met een project dat voor de
drie dossiers voor alle meerderheidspartijen een voldoende
draagvlak heeft. Dat draagvlak is momenteel blijkbaar
nog niet aanwezig. Ik heb dan ook de mensen die zich
met dat protocol hebben beziggehouden, met aandrang
gevraagd om daarover van gedachten te wisselen.
Ik heb het besluit ondertekend op 20 augustus 2008. Ik
heb dus de mogelijkheid om binnen de 60 dagen een
bijkomende of andere beslissing te treffen. Ik wacht nu
op nieuws van de protocolonderhandelaars om te zien
hoe we ermee verder gaan.
Ik ken de streek amper, maar als ik het plan voor mij heb,
lijkt dit tracé mij zo evident. Ik begrijp dan ook niet dat
men dat, ondanks mijn opmerkingen in de voorgaande
fase, gewoon niet overwogen heeft. Ook in financieel
opzicht lijkt dit tracé evident: aan de ene kant zal er een
bijkomende uitgave nodig zijn, maar aan de andere kant
zul je ook bijkomende besparingen realiseren.
Men moet mij dringend eens komen uitleggen waarom
ik mij vergist zou hebben. Als ik mij niet vergist heb,
blijft dit besluit van kracht. Als ik mij vergist heb, zal ik
mijn besluit intrekken voor 20 oktober.
De voorzitter: De heer Sintobin heeft het woord.
De heer Stefaan Sintobin: Mijnheer de minister, ik
dank u voor uw antwoord. Uw antwoord is een duidelijke
vingerwijzing naar de provincie, die op een bepaald
vlak blijkbaar nalatig is geweest. Ik veronderstel dat
onze fractie, maar misschien ook andere fracties, initiatieven
zullen nemen in de provincie.
Ik hoop dat uw onderhoud met de protocolonderhandelaars
tot resultaat zal leiden en het bereikte protocolakkoord
verder kan worden uitgevoerd.
Het feit dat niemand van de aanwezige collegavolksvertegenwoordigers
wenst te reageren, zegt volgens
mij genoeg. Het toont aan dat er sprake is van serieuze
onenigheid.
De voorzitter: Het incident is gesloten.